De wettelijke bedenktermijn bedraagt op grond van artikel 7:670 B lid 2 BW 14 dagen. Uit die bepaling blijkt dat de werknemer het recht heeft om de vaststellingsovereenkomst zonder opgaaf van redenen, binnen 14 dagen na datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, door een schriftelijke, aan de werkgever gerichte, verklaring te ontbinden. Men zou denken dat het uitgangspunt dan zou zijn de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst, echter inmiddels is uit de rechtspraak af te leiden dat de bedenktermijn gaat lopen op het moment dat een werknemer schriftelijk akkoord gaat. Dit behoeft dus niet alleen de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst te betreffen. Daarbij komt dat ook een schriftelijke bevestiging van de gemachtigde van werknemer als aanvang van de bedenktermijn kan worden beschouwd.
In de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (met vindplaats ECLI:NL:RBROT:2024:3952) is dit wederom aan de orde gekomen. Omdat werkneemster zonder enige voorbehoud akkoord is gegaan met de tekst en de inhoud van de overeenkomst was die datum het uitgangspunt voor de termijn van 14 dagen. Hierdoor had werkneemster te laat een beroep gedaan op de bedenktermijn en heeft daardoor de overeenkomst niet meer kunnen ontbinden. De arbeidsovereenkomst was daardoor geëindigd met de vaststellingsovereenkomst.
Gezien het bovenstaande is het van belang zich te realiseren wanneer men expliciet en zonder enig voorbehoud akkoord gaat met de inhoud van een vaststellingsovereenkomst. Immers vanaf dat moment zal de 14 dagen termijn (bedenktermijn) aanvangen.
Indien u nadere heeft vragen over vaststellingsovereenkomsten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst, kunt u met ons kantoor contact opnemen via info@vq-advocaten.nl of 0186-614477.