Gepubliceerd op: 18 maart 2024

In artikel 7:611a BW is opgenomen dat een werkgever de werknemer in staat stelt scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Als op grond van lid 2 van datzelfde artikel sprake is van verplichte scholing om het werk uit te voeren, dient verplichte scholing kosteloos door de werkgever te worden aangeboden. Ieder beding in strijd met die bepaling, denk hierbij aan een studiekostenbeding, is nietig (artikel 7:611a lid 4 BW).

 In de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (vindplaats: ECLI:NL:RBROT:2024:6018) heeft de kantonrechter geoordeeld dat de opleiding voor trambestuurder niet op grond van een studiekostenbeding hoeft te worden terugbetaald. De kantonrechter kwam tot het oordeel dat de opleiding tot trambestuurder kosteloos door de werkgever moet worden aangeboden. Het studiekostenbeding was in deze nietig.

Sinds de bepaling in artikel 7:611a BW over de scholingsplicht en aldus ook over een eventueel beding met betrekking tot de kosten daarvan, bestaat in sommige sectoren nog onduidelijkheid of een dergelijk beding al dan niet op grond van de genoemde bepalingen nietig is. In deze uitspraak is in ieder geval meer duidelijkheid verschaft over de opleiding tot trambestuurder.

Heeft u in uw sector ook vragen over een studiekostenbeding en de scholingsplicht? Dan kunt u contact opnemen met ons kantoor via 0186-614477 of info@vq-advocaten.nl. Wij staan u graag te woord.

 

VQ Advocaten kan u o.a. helpen bij:

Vrijwilliger loopt letsel op bij val uit een om te zagen kerstboom

Het kan voorkomen dat er tijdens werkzaamheden bij een stichting een ongeval met een vrijwilliger plaatsvindt. Soms bevinden deze werkzaamheden zich in een informele setting waarin het onduidelijk is wie feitelijk de leiding heeft. Wie is er in het geval van een ongeval aansprakelijk voor de schade? En is de schade wel verhaalbaar op de betreffende stichting?

De berekening van partneralimentatie 2023

Met ingang van 1 januari 2023 wordt partneralimentatie anders berekend. Voorheen werd bij de berekening van partneralimentatie altijd gerekend met de werkelijke woonlasten.

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Laat ons u helpen.

Volgt u VQ Advocaten al op social media? 

Contact

Gegevens

De Vriesstraat 16
3261 PC Oud-Beijerland
Postbus 1121
3260 AC Oud-Beijerland

Telefoon: 0186-614477 en 0186-727002 (PL)

KvK: 24316650
BTW: 8098.05170.B01

Algemene Voorwaarden
Privacyverklaring
Klachtenregeling