Afweging van belangen bij een concurrentiebeding

Gepubliceerd op: 14 juli 2021

Het concurrentiebeding is geregeld in artikel 7:653 BW. De rechter kan een dergelijk beding vernietigen of gedeeltelijk vernietigen, indien de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever. Vaak wensen partijen spoedig duidelijkheid, zodat een kort geding aanhangig wordt gemaakt. In een kort geding kan weliswaar geen vernietiging of gedeeltelijke vernietiging worden uitgesproken, echter de kantonrechter kan in een kort geding wel het concurrentiebeding schorsen dan wel gedeeltelijke schorsen. Er zal een belangenafweging plaatsvinden tussen de belangen van werkgever en de belangen van werknemer.

In de uitspraak van de rechtbank Rotterdam d.d. 17 juni 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:5994) vond een dergelijke belangenafweging plaats. In die zaak verzocht de werknemer in kort geding het concurrentiebeding te schorsen, in die zin dat het hem was toegestaan om bij een concurrerend bedrijf in dienst te treden. In deze kwestie was het in ieder geval duidelijk dat de nieuwe werkgever was aan te merken als een directe concurrent van de werkgever. Ook was voldoende aannemelijk dat de werknemer specifieke kennis heeft opgedaan van de werkwijze van werknemer en intensief heeft samengewerkt met de relaties van die werkgever. Er bestond dus een gevaar dat de concurrentiepositie van de werkgever zou worden geschaad. Dat de werknemer een meer leidinggevende functie zou gaan bekleden, doet daar niets aan af. Het belang van de werkgever was evident. Het belang van de werknemer, namelijk om niet te worden beperkt in zijn recht op vrije arbeidskeuze, werd in deze zaak niet als een zwaarder wegend belang beschouwd. In die afweging vond de kantonrechter het belangrijk dat de werknemer zich bewust was van het concurrentiebeding en ook het concurrentiebeding bewust was aangegaan. Tevens had werknemer zelf het initiatief genomen om zijn arbeidsovereenkomst met werkgever te beëindigen met het specifieke doel om bij de concurrent in dienst te treden. Verder was door werknemer niet gemotiveerd gesteld dat werknemer niet anders dan in dezelfde branche werkzaamheden kan verrichten. Daarbij was ook van belang dat het concurrentiebeding geldig was voor een jaar, hetgeen werd beschouwd als een relatief korte periode en dus voor de kantonrechter in die zin geen taak was weggelegd om het concurrentiebeding gedeeltelijk te schorsen door middel van bijvoorbeeld een beperking van de duur van het concurrentiebeding.

Gezien het bovenstaande achtte de kantonrechter het niet waarschijnlijk dat de bodemrechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de werknemer wordt benadeeld door het concurrentiebeding en tot vernietiging dan wel gedeeltelijke vernietiging zou overgaan. Het concurrentiebeding werd dan ook niet geschorst of gedeeltelijk geschorst.

In dergelijke zaken met betrekking tot het concurrentiebeding wordt de uitkomst daarvan vaak bepaald door de belangen van partijen. Hierdoor zijn dergelijke kwesties zeer casuïstisch. In ieder geval is van groot belang dat partijen, zowel werkgever als werknemer, hun belangen goed onderbouwen en die zoveel mogelijk aantonen dan wel aannemelijk maken. Overigens kan naast een procedure ook een praktische oplossing voor partijen wenselijk zijn. Bijvoorbeeld door het concurrentiebeding om te zetten naar een relatiebeding, waarbij tussen partijen wordt overeengekomen welke relaties van werkgever niet door werknemer mogen worden benaderd en geen contact mee wordt onderhouden.

Indien u vragen heeft over het opstellen van een concurrentiebeding dan wel de uitvoering of beperking daarvan, kunt u met ons kantoor contact opnemen.

VQ Advocaten kan u o.a. helpen bij:

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Wanbetaling

Een ondernemer kan helaas te maken krijgen met wanbetaling. Een opdrachtgever of afnemer laat een rekening onbetaald. Op een aanmaning wordt niet gereageerd. De wederpartij zoekt duidelijk uitvluchten. U kunt natuurlijk wekelijks bellen of een herinnering sturen, echter indien dat geen effect heeft is nadere actie nodig.

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Huurovereenkomst bedrijfsruimte

Bedrijfsruimte betreft de huur voor een ruimte waarin de huurder zijn onderneming drijft. Dit wordt ook vaak aangeduid als winkelruimte. Hieronder vallen een restaurant- of cafébedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf. In de verhuurde ruimte dient een voor het publiek toegankelijk lokaal te zijn, voor rechtsreeks levering van roerende zaken of dienstverlening. De bepaling over een dergelijke ruimte is opgenomen in artikel 7:290 BW. Hierdoor wordt vaak gesproken over artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte.

Laat ons u helpen.

Volgt u VQ Advocaten al op social media? 

Contact

Gegevens

De Vriesstraat 16
3261 PC Oud-Beijerland
Postbus 1121
3260 AC Oud-Beijerland
Telefoon: 0186-614477 en 0186-727002 (PL)
KvK: 24316650

BTW: 8098.05170.B01

PrivacyverklaringAlgemene Voorwaarden