Mondkapjesplicht op de werkvloer

Gepubliceerd op: 30 april 2021

Inmiddels is in de tijd van de pandemie op verschillende plaatsen een mondkapjesplicht van toepassing. Zo kan de mondkapjesplicht ook op de werkvloer van toepassing zijn. De rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld over de vraag of een werknemer aan een mondkapjesplicht is gehouden indien de werkgever dat heeft ingesteld. Het is dan voornamelijk de vraag of het instellen van een mondkapjesplicht door hun werkgever valt onder het instructierecht van de werkgever zoals is bepaald in artikel 7:660 BW.

In de kwestie waarover de kantonrechter heeft geoordeeld betrof het een banketbakkerij. De werkgever heeft vanaf 13 oktober 2020 een mondkapjesplicht ingesteld, echter de betreffende werknemer weigerde een mondkapje te dragen. De werkgever heeft vervolgens aangegeven dat indien de werknemer geen mondkapje draagt, de loonbetaling zal worden opgeschort tot het moment dat de werknemer alsnog een mondkapje zal dragen. Tevens is de werknemer op non-actief gesteld. Werknemer is hier niet mee akkoord gegaan en heeft een kort geding-procedure ingesteld en gevorderd dat hij wederom tot het werk wordt toegelaten en het salaris wordt betaald.

In het kort geding komt de kantonrechter tot het voorlopige oordeel dat de werkgever de mondkapjesplicht mocht invoeren en de werknemer die instructie van de werkgever moest respecteren. Tevens was het op grond daarvan de werkgever toegestaan het loon op te schorten en de toegang tot het werk te ontzeggen tot het moment dat de werknemer alsnog aan de mondkapjesverplichting zou voldoen. In deze zaak heeft de kantonrechter een aantal belangen afgewogen. De belangen van de werknemer zijn de persoonlijke levenssfeer, hinder en ongemak, alsmede gezondheidsrisico’s, althans zo had de werknemer aangevoerd. Het belang van werkgever is een veilige werkomgeving en bescherming van het bedrijfsbelang, mede gezien werkgever een banketbakkerij is. De kantonrechter komt in zijn overweging tot de conclusie dat de effectiviteit van mondkapjes ter discussie kan worden gesteld, echter gedurende de pandemie kan bijdragen aan de gezondheid en veiligheid. Daarbij had de werkgever het belang om binnen het bedrijf één lijn te trekken en niet voor verschillende werknemers andere regels in te stellen. Het was de werknemer overigens toegestaan om tijdens zijn werkzaamheden op de transportbus geen mondkapje te dragen. Dit resulteerde in dat de werknemer voor 80-90% geen mondkapje hoefde te dragen.

Indien u de volledige uitspraak wenst te lezen kunt u die vinden door middel van de vindplaats https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:21.

Indien u vragen heeft over instructies en omstandigheden tijdens de pandemie en de gevolgen daarvan, kunt u met ons kantoor contact opnemen.

VQ Advocaten kan u o.a. helpen bij:

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Wanbetaling

Een ondernemer kan helaas te maken krijgen met wanbetaling. Een opdrachtgever of afnemer laat een rekening onbetaald. Op een aanmaning wordt niet gereageerd. De wederpartij zoekt duidelijk uitvluchten. U kunt natuurlijk wekelijks bellen of een herinnering sturen, echter indien dat geen effect heeft is nadere actie nodig.

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Huurovereenkomst bedrijfsruimte

Bedrijfsruimte betreft de huur voor een ruimte waarin de huurder zijn onderneming drijft. Dit wordt ook vaak aangeduid als winkelruimte. Hieronder vallen een restaurant- of cafébedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf. In de verhuurde ruimte dient een voor het publiek toegankelijk lokaal te zijn, voor rechtsreeks levering van roerende zaken of dienstverlening. De bepaling over een dergelijke ruimte is opgenomen in artikel 7:290 BW. Hierdoor wordt vaak gesproken over artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte.

Laat ons u helpen.

Volgt u VQ Advocaten al op social media? 

Contact

Gegevens

De Vriesstraat 16
3261 PC Oud-Beijerland
Postbus 1121
3260 AC Oud-Beijerland
Telefoon: 0186-614477 en 0186-727002 (PL)
KvK: 24316650

BTW: 8098.05170.B01

PrivacyverklaringAlgemene Voorwaarden