Toestemming van de rechter voor vaccinatie

Gepubliceerd op: 6 oktober 2021

Onlangs heeft de rechtbank Noord-Nederland een 12-jarige jongen toestemming gegeven om zich tegen de wil van zijn vader toch te laten vaccineren (1). Waarom komt een dergelijke zaak bij de rechter?

Het betreft hier een gezagskwestie. Beide ouders hebben normaliter gezag over hun kinderen. Gezag houdt in dat ouders beslissingen moeten nemen over de zorg en opvoeding van hun minderjarige kind. Het door ouders uitgeoefende gezag kan bijvoorbeeld worden beperkt door het opleggen van een ondertoezichtstelling. Ook kan één van de ouders aan de rechter verzoeken om de andere ouder het gezag te ontnemen. Ontneming van het gezag vindt in uitzonderlijke gevallen plaats als de ouder niet meer voor het minderjarige kind kan zorgen of als de verhouding tussen ouders zodanig verstoord is dat het kind ‘klem of verloren dreigt te raken’. Dat laatste kan aan de orde zijn in het geval ouders elkaar zodanig bejegenen dat zij op geen enkel punt met betrekking tot de opvoeding van de minderjarige met elkaar tot overeenstemming kunnen komen.

In het geval ouders die beiden het gezag hebben niet samen tot een besluit kunnen komen, kan de rechter worden benaderd en kan aan de rechter worden gevraagd om een beslissing te nemen. Bij gescheiden ouders komt het met regelmaat voor dat de standpunten zodanig uiteenlopen dat de rechter wordt benaderd.

In deze casus was moeder het wel eens met de vaccinatie en de vader niet. Daarbij is bij medische beslissingen nog van belang dat bij kinderen onder de 12 jaar de toestemming van de ouders verplicht is; er is geen toestemming van het kind nodig. Bij kinderen tussen 12 en 16 jaar geldt dat het uitgangspunt is dat zowel de ouders als het kind toestemming moeten geven. De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst (KNMG) noemt daarbij een tweetal uitzonderingen, waarbij alleen de toestemming van de minderjarige volstaat (2):

1. Als het niet behandelen van de jongere voor hem ernstig nadeel oplevert (denk aan geslachtsziekte)

2. Als de behandeling de weloverwogen wens is van de jongere (denk aan abortus, vaccinatie). In deze gevallen dient de arts de ouders/voogden in beginsel wel te informeren, maar het goed hulpverlenerschap kan met zich meebrengen dat zij over de behandeling niet worden geïnformeerd. Dit kan het geval zijn als de gezondheid of de veiligheid van het kind in gevaar zou komen als de arts de ouders/voogden wel zou inlichten, bijvoorbeeld omdat het kind dan van behandeling zou afzien. Ook dient de jongere zelf naar zijn/haar bevattingsvermogen te worden geïnformeerd over de behandeling.

3. Jongeren vanaf 16 jaar beslissen zelfstandig en hebben een zelfstandig recht op informatie.

    Op grond van artikel 1:253a lid 1 is het geschil vervolgens voorgelegd aan de rechter, waarbij de rechter ook geluisterd heeft naar de wens van de kinderen en vervolgens, gebaseerd op de wetenschappelijke inzichten van dit moment, zoals die door het RIVM en de Gezondheidsraad als gezaghebbende instanties in Nederland op dit gebied, zijn onderzocht tot de slotsom is gekomen dat aan moeder vervangende toestemming moet worden verleend voor het vaccineren van de minderjarige.

    In het geval u zelf in een situatie komt dat u met de andere ouder niet tot overeenstemming kunt komen over een beslissing omtrent de kinderen, denk aan de juiste schoolkeuze, een verhuizing ofwel een andere belangrijke beslissing met betrekking tot de zorg en opvoeding, kunt u natuurlijk altijd contact opnemen met één van onze familierechtadvocaten.

     

    1 ECLI:NL:RBNNE:2021:4289
    2 Website KNMG

    VQ Advocaten kan u o.a. helpen bij:

    Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

    Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

    Wanbetaling

    Een ondernemer kan helaas te maken krijgen met wanbetaling. Een opdrachtgever of afnemer laat een rekening onbetaald. Op een aanmaning wordt niet gereageerd. De wederpartij zoekt duidelijk uitvluchten. U kunt natuurlijk wekelijks bellen of een herinnering sturen, echter indien dat geen effect heeft is nadere actie nodig.

    Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

    Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

    Huurovereenkomst bedrijfsruimte

    Bedrijfsruimte betreft de huur voor een ruimte waarin de huurder zijn onderneming drijft. Dit wordt ook vaak aangeduid als winkelruimte. Hieronder vallen een restaurant- of cafébedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf. In de verhuurde ruimte dient een voor het publiek toegankelijk lokaal te zijn, voor rechtsreeks levering van roerende zaken of dienstverlening. De bepaling over een dergelijke ruimte is opgenomen in artikel 7:290 BW. Hierdoor wordt vaak gesproken over artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte.

    Laat ons u helpen.

    Volgt u VQ Advocaten al op social media? 

    Contact

    Gegevens

    De Vriesstraat 16
    3261 PC Oud-Beijerland
    Postbus 1121
    3260 AC Oud-Beijerland
    Telefoon: 0186-614477 en 0186-727002 (PL)
    KvK: 24316650

    BTW: 8098.05170.B01

    PrivacyverklaringAlgemene Voorwaarden