Weigering PCR-test door werkneemster

Gepubliceerd op: 24 februari 2022

Bij een naschoolse opvang is een groepsleerkracht ontslagen die vanaf de zomer van 2021 heeft geweigerd zich met een PCR-test te laten testen op het coronavirus. De vraag in deze zaak was of de werkneemster verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW: (..)“verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren”). Met andere woorden was de weigering van werkneemster, om een PCR-test te laten doen, verwijtbaar? Hierbij kwamen ook de grondrechten aan de orde.

Volgens vaste jurisprudentie is het recht op lichamelijke integriteit en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet absoluut. Onder omstandigheden is een inbreuk daarop gerechtvaardigd, ook in de arbeidsrelatie. De inbreuk moet een legitiem doel dienen, noodzakelijk zijn en proportioneel zijn en voldoen aan de subsidiariteitsvereisten. Er moet aldus geen minder ingrijpend middel zijn om tot hetzelfde doel te kunnen komen. De kantonrechter kwam in deze zaak tot de conclusie dat de instructie van de werkgever om in bepaalde situaties een PCR-test van werkneemster te verlangen wel een inbreuk vormt, maar het toch redelijk is om de grondrechten van werkneemster in te perken. De veilige werkomgeving acht de kantonrechter zwaarder dan het bezwaar van werkneemster. Doordat werkneemster meerdere malen niet aan de instructie van werkgeefster gehoor heeft gegeven, heeft de werkneemster verwijtbaar gehandeld. Werkneemster kon dan ook worden ontslagen. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is uitgesproken. Voorts oordeelde de kantonrechter dat er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van werkgeefster en heeft op grond daarvan geen billijke vergoeding toegewezen. Wel is een transitievergoeding toegewezen nu aan de zijde van werkneemster geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen.

Heeft u vragen over een veilige werkomgeving in verband met de corona-maatregelen en de instructies daaromtrent, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor.

VQ Advocaten kan u o.a. helpen bij:

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Wanbetaling

Een ondernemer kan helaas te maken krijgen met wanbetaling. Een opdrachtgever of afnemer laat een rekening onbetaald. Op een aanmaning wordt niet gereageerd. De wederpartij zoekt duidelijk uitvluchten. U kunt natuurlijk wekelijks bellen of een herinnering sturen, echter indien dat geen effect heeft is nadere actie nodig.

Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte

Opzegging van een huurovereenkomst (artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte) is aan een aantal formaliteiten verbonden. Zo is de opzegtermijn tenminste één jaar en dient de opzegging per exploot of aangetekende brief te worden gedaan. Voor de verhuurder geldt tevens dat de gronden van de opzegging moeten worden vermeld.

Huurovereenkomst bedrijfsruimte

Bedrijfsruimte betreft de huur voor een ruimte waarin de huurder zijn onderneming drijft. Dit wordt ook vaak aangeduid als winkelruimte. Hieronder vallen een restaurant- of cafébedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf. In de verhuurde ruimte dient een voor het publiek toegankelijk lokaal te zijn, voor rechtsreeks levering van roerende zaken of dienstverlening. De bepaling over een dergelijke ruimte is opgenomen in artikel 7:290 BW. Hierdoor wordt vaak gesproken over artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte.

Laat ons u helpen.

Volgt u VQ Advocaten al op social media? 

Contact

Gegevens

De Vriesstraat 16
3261 PC Oud-Beijerland
Postbus 1121
3260 AC Oud-Beijerland
Telefoon: 0186-614477 en 0186-727002 (PL)
KvK: 24316650

BTW: 8098.05170.B01

PrivacyverklaringAlgemene Voorwaarden